DEFAULT MAINCONTENT FIlmhuis De Spiegel | Geschiedenis

geschiedenis van Filmhuis De Spiegel

1968
Start van filmvertoningen in het café van het VJV (Vormingswerk Jonge Volwassenen) Inpoet aan de Klompstraat.

1972
Oprichting van Cineclub Inpoet, een werkgroep met vrijwilligers onder leiding van een medewerker van Inpoet. De filmvertoningen vinden plaats op de zolder van het Inpoetpand onder gebrekkige omstandigheden. 

1983
Verhuizing van VJV Inpoet naar het pand Akerstraat 88. De naam Cineclub Inpoet verandert in Filmhuis Heerlen. De accommodatie van de zaal is beter dan op het vorige adres, maar nog verre van ideaal, omdat deze ook gebruikt wordt voor andere doeleinden. Begin met de verbouw van een bijgebouw van pand Akerstraat 88 door vrijwilligers tot een filmhuis.

1986
Ingebruikname van het bijgebouw van pand Akerstraat 88.. Dit gebouw heeft een café, een projectiecabine en een trapsgewijs oplopende zaal met 80 stoelen. VJV Inpoet wordt opgeheven. Het filmhuis wordt een zelfstandige stichting met als naam Filmhuis De Spiegel.

1991
Het pand Akerstraat 88 wordt verkocht, waardoor Het Filmhuis moet verhuizen. Een nieuwe, tijdelijke locatie wordt gevonden bij café de Nor aan de Geerstraat. Op deze kleine maar gezellige locatie zijn de voorzieningen heel basaal. De filmzaal is erg klein en het zaalverloop is heel licht getrapt. Het Filmhuis heeft geen eigen foyer en het aantal filmvoorstellingen is beperkt.

1995
Door afbraak van het pand van de Nor aan de Geerstraat raakt Het Filmhuis haar huisvesting kwijt. Na overleg met de Stadsschouwburg Heerlen lukt het om in het najaar van 1995 de programmering te hervatten in de kleine zaal van de schouwburg. Tegelijk schakelt Het Filmhuis over van 16 naar 35 mm projectie. Hierdoor en door de voorzieningen, die al in de schouwburg aanwezig zijn, neemt de kwaliteit van de filmvoorstellingen in grote mate toe.
Het filmhuis breidt haar programmering uit van één naar twee films per week. Het aantal draaidagen stijgt van twee naar vier dagen per week.

2003
Het Filmhuis verhuist weer en nu naar een zaal op de vijfde en zesde verdieping van het voormalige warenhuis Schunck, dat na een ingrijpende restauratie en verbouwing het Glaspaleis wordt genoemd.
Het Filmhuis beschikt er over een zaal met uitzicht over Heerlen en met een tribune van 90 zitplaatsen, een nieuwe projector, een uitstekende geluidsinstallatie en een aantal randvoorzieningen die een goede filmvoorstelling garanderen.
Het aantal voorstellingen wordt uitgebreid naar vijf per week.

2009
Indienstneming van een directeur in verband met verdere professionalisering en de realisatie van een eigen en definitieve locatie van Het Filmhuis.

2011
25-jarig bestaansfeest van stichting Filmhuis De Spiegel.

 

De penningmeester vertelt (1)

Introductie en begin van het filmhuis in Heerlen

Mijn naam is Huub L'Ortije en ik ben 23 jaar vrijwilliger bij het filmhuis, waarvan 21 jaar als penningmeester. Op 1 januari 2012 ben ik gestopt als penningmeester en bestuurslid.

Omdat Stichting Filmhuis De Spiegel 25 jaar bestaat vanaf 21 november 2011, begon ik erover te denken hoe we dit heuglijke feit kunnen herdenken. Een overzicht van de geschiedenis hoort daarbij. Omdat ik weinig tijd heb ga ik geen boek schrijven waarvoor ik mensen interview en archiefonderzoek doe. Ik wil me beperken tot een aantal hoofdstukjes, waarin ik voor de vuist weg het een en ander vertel. Daarom noem ik deze reeks dan ook 'De penningmeester vertelt', alhoewel deze titel al weer achterhaald is. Het worden subjectieve verhaaltjes, die door mijn gebrekkige geheugen feitelijke onwaarheden of door mijn beperkte visie een te eenzijdige inhoud kunnen bevatten. Als men dat constateert, sta ik open voor op- en aanmerkingen. En hoeveel verhaaltjes - dit is pas het eerste dat klaar is - ik ga schrijven en hoeveel programmaboekjes de redactie mij gunt, is nog niet bekend.

We beginnen niet in 1986 - het begin van Stichting Filmhuis De Spiegel -  maar in de zestiger jaren van de vorige eeuw toen in het vormingscentrum voor jong volwassenen Inpoet aan de Klompstraat vanaf 1968 films werden vertoond. Ik ben pas vanaf ongeveer 1980 filmvoorstellingen van de Cineclub Inpoet-  later het filmhuis Heerlen - gaan bezoeken. Over het begin heb ik dus alleen informatie van horen zeggen.

In 1986 heb ik Henk Duineveld, die bij Inpoet werkzaam was en de werkgroep filmhuis begeleidde, geïnterviewd. Een gedeelte van dit interview zal ik volgende keer gebruiken.

 

De penningmeester vertelt (2)

Het begin van het filmhuis in Heerlen ofwel de Inpoet-periode

Zoals ik in het vorig programmablad heb geschreven, is Stichting Filmhuis De Spiegel in 1986 opgericht, maar is het filmhuis in Heerlen in 1968 begonnen. Vanaf 1968 zijn in het vormingscentrum voor jong volwassenen, Inpoet, aan de Klompstraat, zgn. alternatieve films vertoond. De vrijwilligersgroep die daarmee bezig was heette Cineclub Inpoet.

In 1986 heb ik ter gelegenheid van de opening van Filmhuis De Spiegel in het bijgebouw van het pand Akerstraat 88 Henk Duineveld geïnterviewd. Henk Duineveld, die inmiddels is overleden, was vanaf 1972 tot en met 1986 werkzaam bij Inpoet en begeleidde o.a. de Cineclub Inpoet. Ik vroeg hem naar het ontstaan van Cineclub Inpoet. Ik zal zijn antwoord in verkorte vorm weergeven.

'In 1968 is Richard Verheul - als een van de eersten in Nederland - in Heerlen begonnen met vertoningen van alternatieve films. Deze vertoningen vonden  om de 14 dagen plaats in Inpoet. Jan de Wit heeft dit tot 1972 overgenomen. Ik heb in 1972 de werkgroep Cineclub Inpoet opgericht, die al gauw 15 vrijwilligers telde. In die beginjaren werden experimentele en politieke films gedraaid. Vaak werden ze ingeleid door iemand van de werkgroep en na afloop werd met het publiek gediscussieerd. Eind zeventiger jaren verdwijnt het elan voor de experimentele en politieke film. De accommodatie was zeer gebrekkig. Op de zolder, waar vele jaren is gedraaid, zaten de bezoekers tussen de aardewerken potten en beelden van de handvaardigheidslessen op oude bioscoopstoelen. Deze rijen bioscoopstoelen waren niet verankerd zodat ze konden omkiepen. Als het druk was, zaten bezoekers zelfs met stoelen op tafels. Op de filmprojector van het filmhuis werden films van celluloid gedraaid met een breedte van 16 mm. In een gewone bioscoop vertoont men films met een breedte van 35 mm. Deze projectoren zijn veel groter en duurder dan die van het filmhuis. In de beginjaren waren er weinig verhuurbedrijven die 16 mm-kopieën hadden. Later werd door de opkomst van verhuurbedrijven, zoals Film International en Classics, het aanbod veel groter en mede daardoor kwam in Nederland het alternatieve circuit van de filmhuizen tot stand'.

Tot zover het interview met Henk Duineveld. Volgende keer zal ik enkele anekdotes van de Inpoetperiode vertellen.

 

De penningmeester vertelt (3)

Wees gegroet, Maria en the Talking Heads

In 1983 verhuisde het Filmhuis met het vormingscentrum voor jong volwassenen Inpoet van de Klompstraat naar het pand Akerstraat 88. Het aantal filmvertoningen werd flink uitgebreid en ze vonden beneden in de caféruimte plaats. De harde houten stoelen stonden op grote houten kisten van verschillende hoogte zodat men over de voorste rijen kon kijken. De houten kisten werden na de voorstellingen weggeschoven, omdat de zaal ook voor andere doeleinden werd gebruikt. In 1985 vonden bijzondere voorstellingen van twee films plaats. De experimentele regisseur Jean-Luc Godard maakte de film Je vous salue Marie (Wees gegroet, Maria). Deze film gaat over de maagdelijke geboorte van Jezus. Godard plaatste het verhaal in de moderne tijd. Marie is de dochter van een benzinepomphouder. Haar vriend Joseph is een taxichauffeur, die niet aan haar mag komen. Hoewel Marie ook niet met een andere man naar bed gaat, wordt zij toch zwanger. De film bevat enkele erotische scènes. Bij het uitkomen van deze film in Frankrijk verzetten conservatieve katholieken zich tegen de vertoning ervan. Toen de film in september 1985 in de Limburgse filmhuizen werd vertoond, was er ook hier verzet van conservatieve katholieken. De film werd achtereenvolgens op 9, 10 en 11 september 1985 in resp. Heerlen, Brunssum en Sittard gedraaid. In Heerlen waren twee politieagenten tijdens de eerste voorstelling van 20.00 uur aanwezig. In het Limburgs Dagblad van 10 september 1985 stond: "Een politiepatrouille heeft gisteravond de filmvoorstelling bezocht. De agenten vonden een bomvolle zaal. Er was enige discussie met de organisatoren, omdat het politiebezoek van tevoren niet was aangekondigd. De patrouille vertrok na verloop van tijd weer zonder op te treden; de bezoekers konden de film af zien". In Brunssum trokken een kleine honderd katholieken biddend naar de filmzaal. Daar werd een Marialied gezongen, waarna de klokken van de St. Gregoriuskerk werden geluid. De pastoor-deken van Sittard pleitte in zijn parochieblad voor het stopzetten van de provinciale en rijkssubsidie voor het Sirkel Theater, waar de film werd vertoond. Een andere bijzondere film in 1985 was de film Stop making Sense. Deze film is een montage van opnamen van concerten van de popgroep the Talking Heads. Tijdens de vertoningen stonden geen stoelen in de zaal, zodat het publiek kon swingen.

De volgende keer vertel ik over de roerige periode 1986-1991 van het Filmhuis, dat in die jaren was gehuisvest in een bijgebouw van het pand Akerstraat 88.

 

De penningmeester vertelt (4)

1986: Het begin van Filmhuis De Spiegel 

Zoals ik de vorige keer heb verteld, verhuisde het filmhuis in 1983 met het vormingscentrum voor jong volwassenen, Inpoet, van de Klompstraat naar het pand Akerstraat 88. Op zaterdag 22 november 1986 opende het filmhuis onder de nieuwe naam Filmhuis De Spiegel een eigen locatie in een voormalige portierswoning aan de achterkant van het pand Akerstraat 88. In de aflopende filmzaal stonden 70 stoelen, die in de Heerlense schouwburg hadden gestaan. Verder was er een projectieruimte, zodat het publiek geen last meer had van het geratel van de projector. En er was een ontmoetingsruimte met een bar. In het eerder aangehaalde interview, dat ik ter gelegenheid van deze opening heb gedaan met Henk Duineveld, die als beroepskracht bij Inpoet de werkgroep filmhuis begeleidde, stelde ik hem de vraag hoe de realisering van dit nieuwe filmhuis was verlopen. Zijn antwoord was als volgt: "Na de verhuizing van Inpoet in 1983 zijn we er aan begonnen met een aantal vrijwilligers en het beetje geld dat we zelf hadden. Later zijn door verschillende fondsen f. 40.000,- verstrekt. De subsidie van de gemeente laat nog steeds op zich wachten. Zo'n 20 vrijwilligers hebben in de afgelopen drie jaar meegewerkt en er een onvoorstelbare hoeveelheid tijd en energie ingestoken. Het gevolg is dat de werkgroep bestaat uit volleerde metselaars, voegers en gatengravers." De nieuwe naam 'De Spiegel'  is door Henk Duineveld bedacht. In de wand achter de bar in de ontmoetingsruimte werden stukken spiegel gemetseld. Sommige stukken spiegel werden gebarsten, door er voorzichtig met een hamer op te tikken. Maar er zijn nog twee andere betekenissen die aan de naam 'De Spiegel' kunnen worden ontleend. De Russische regisseur Andrei Tarkovski, maker van klassieke kunstzinnige films, heeft in 1974 een film gemaakt met als titel 'De Spiegel'. En natuurlijk heeft het begrip 'de spiegel' een figuurlijke betekenis. Het ideaal van elk filmhuis moet toch zijn, dat de bezoeker zich kan spiegelen aan de daar vertoonde films. Op de dag vóór de opening, nl. vrijdag 21 november, werd stichting Filmhuis De Spiegel opgericht, doordat in een notariële akte de statuten werden vastgesteld. De werkgroep filmhuis van Inpoet was deze verzelfstandiging aan het voorbereiden, maar werd in de week van de opening verrast door het nieuws, dat met ingang van 1987 Inpoet zou worden opgeheven vanwege organisatorische en financiële problemen. De werkgroep zag zich gedwongen om onmiddellijk het filmhuis te verzelfstandigen.

 

De penningmeester vertelt (5)

22 november 1986: de opening van filmhuis De Spiegel aan de Akerstraat

 Zoals ik vorige keer vertelde, vond de opening van het nieuwe filmhuis De Spiegel, in het bijgebouw van pand Akerstraat 88, plaats op zaterdag 22 november 1986. De openingshandeling werd verricht door wethouder Hub Savelsbergh en bestond uit het doorknippen van een lint, dat was bevestigd op de witte muur, waarop de films werden geprojecteerd. Niet echt origineel. De oorspronkelijke bedoeling was om zwart plastic tegen deze muur te hangen. Dit stuk plastic zou worden verwijderd door de wethouder bij het begin van de vertoning van een film. Deze film was door iemand van de werkgroep gemaakt en ging over de bouwwerkzaamheden. Het niet doorgaan van dit plan is niet zo'n belangrijk feit, maar voor mij persoonlijk een onvergetelijke herinnering. Drie weken vóór de opening werd mijn broer plotseling erg ziek. Hij bleek kanker te hebben en is op zondag 16 november 1986 op 34-jarige leeftijd gestorven. Tijdens die weken ben ik niet meer actief geweest voor het filmhuis. Toch ben ik vóór de opening naar het filmhuis gegaan. Iedereen van de werkgroep was druk bezig met de laatste voorbereidingen. Henk Duineveld, die als beroepskracht bij Inpoet de werkgroep filmhuis begeleidde, vroeg mij of ik een zwart stuk plastic tegen de muur, waarop geprojecteerd werd, wilde bevestigen. Dit stuk plastic was gebruikt voor de bouwwerkzaamheden, daarom dus erg vuil en zo niet toonbaar. Ik heb geprobeerd het schoon te maken, maar dat lukte niet. Toen kwam iemand op het idee om een rood-wit lint, dat was gebruikt om parkeerplaatsen af te bakenen, te gebruiken als lint voor de opening. In zijn toespraak nodigde wethouder Hub Savelsberg de toen één dag bestaande stichting Filmhuis De Spiegel uit voor een gesprek over de overlevingskansen, omdat, zoals ik vorige keer vertelde, de overkoepelende organisatie Inpoet met ingang van 1987 zou worden opgeheven. De kans was groot, dat het filmhuis van het ministerie van WVC een investeringssubsidie van f. 20.000,- zou krijgen op voorwaarde, dat de gemeente de exploitatie van het filmhuis zou subsidiëren. 's Avonds vond vanaf 20.00 uur een filmnacht met vijf films plaats. Begonnen werd met de toen pas uitgebrachte Japanse klassieke film Ran van regisseur Akira Kurosawa. De laatste film eindigde rond zes uur 's morgens met aansluitend een ontbijt.  Tot en met donderdag 27 november werd elke dag vanaf 20.00 en 22.30 uur een film vertoond waaronder bijzondere films als Querelle van Rainer Werner Fassbinder en Onibaba van de Japanse regisseur Kaneto Shindo.

 

De penningmeester vertelt (6)

1986-1987: de gevolgen van het faillissement van het vormingscentrum Inpoet

 Op 11 december 1986 werd het vormingscentrum voor jong volwassenen, Inpoet, failliet verklaard. Om de activiteiten van Inpoet, waaronder die van het filmhuis, te laten doorgaan, werd door de gemeente de welzijnsstichting Zymose op 1 januari 1987 opgericht. Het pand Akerstraat 88 werd door de gemeente van Stienstra bv gekocht en weer doorverkocht aan deze nieuwe stichting. Zymose. Het filmhuis en andere gebruikers van het pand zouden hun ruimtes kunnen blijven gebruiken en huren van de stichting. Deze gebruikers kondenzouden de eerstvolgendee jaren blijven voortbestaan dankzijkunnen rekenen op een tegemoetkoming in de huur door de gemeente. Dus waren het filmhuis en een aantal andere activiteiten van Inpoet gered. Door het plotselinge faillissement van Inpoet en de daardoor onverwachte zelfstandige status dievan het filmhuis daarmee kreeg, werd het filmhuis o.a. geconfronteerd met enkele financiële tegenvallers. Een gedeelte van de opbrengst van de openingsweek ten bedrage van f. 1.261,- werd, zoals gebruikelijktot dan toe werd gedaan, gedeponeerd in een kluis in het pand Akerstraat 88. Nadat men dit bedrag op de bankrekening van Inpoet had gestort, werd deze in verband met de failissementsaanvraag geblokkeerd. Dit bedrag werd vervolgens gestort op de bankrekening van Inpoet. Deze bankrekening werd echter i.v.m. de faillissementsaanvraag geblokkeerd.

Inpoet had namens de Wwerkgroep Ffilmhuis een subsidie van f. 20.000,- voor een projector en andere apparatuur aangevraagd bij het ministerie van WVC Deze subsidie werd toegekend, maar het bedrag werd in december 1986 weer op de geblokkeerde bankrekening van Inpoet gestort. Het nog van Inpoet te vorderen bedrag van f. 1.261,- werd in mei 1987 door de gemeente Heerlen overgemaakt op de eigen bankrekening, die het filmhuis inmiddels wel

had. Kort daarna is het door het Mministerie van WVC toegekende subsidiebedrag van

f. 20.000,- alsnog aan het filmhuis betaald. De curator van Inpoet moest zich eerst ervan overtuigen dat het filmhuis vóór het faillissement van Inpoet serieuze plannen had om zelfstandig te worden. Door het faillissement van Inpoet werd Henk Duineveld ontslagen en had de werkgroep geen professionele begeleider meer. Ook viel de organisatorische, financiële en administratieve ondersteuning van Inpoet weg. Daarom werd naast de werkgroep een bestuur gevormd. Het bestuur bestond uit vijf leden van de werkgroep en drie externe leden. Voorzitter, secretaris en penningmeester  werden resp.  Pauline Janssen, Henk Duineveld en ondergetekende. Wij drieën waren ook lid van de werkgroep. De werkgroep inclusief de vijf bestuursleden bestond toen uit ongeveer dertien13 personen. De eerste bestuursvergadering vond plaats op 4 februari 1987. Er werd o.a. besloten om vanwege de financiële situatie geen reiskosten te vergoeden en het aantal draaiavonden van drie naar vier uit te breiden.

 

De penningmeester vertelt (7)

1987: het eerste jaar van Filmhuis De Spiegel

 De vorige keer vertelde ik, dat na het faillissement van Inpoet in december 1986 de financiële situatie van de pas opgerichte stichting filmhuis niet rooskleurig was. Daarom bepaalde het bestuur geen reiskosten te vergoeden en besloot de werkgroep dat zij zelf de programma's bij de leden gingen bezorgen. Als kersverse penningmeester berekende ik in januari 1987 hoeveel geld het filmhuis had: een schamele f. 300,-. Eind 1987 was dat bedrag gegroeid tot bijna f. 8.000,-. Vanaf september 1987 werd begonnen met het vertonen van kinderfilms. Vanwege het gebrek aan vrijwilligers maar één keer per maand. Vanaf 1988 vonden meer voorstellingen plaats onder de naam kinderfilmhuis De Spoel, genoemd naar de spoel waaromheen het celluloid van de film is gewikkeld.

In november en december van 1987 organiseerden de Heerlense Volksuniversiteit en het filmhuis een gezamenlijk programma met lezingen en films rondom het thema kunst en cultuur in de toenmalige Sovjet-Unie. Er werd ingespeeld op de ontwikkeling die daar door 'Glasnost' (openheid) in het kader van president Gorbatsjovs 'Perestrojka' (herstructurering) plaatsvond. In de Heerlense bioscoop H5 werd de klassieke film Andrei Roebljov van regisseur Andrei Tarkovski vertoond met een 35 mm filmprojector op een veel groter scherm dan dat van het filmhuis. De kwaliteit van de projectie van een 35 mm projector is veel beter dan de projectie van de door het filmhuis gebruikte - toen net nieuw aangeschafte - 16 mm projector. Aangeschaft dankzij de f. 20.000,- subsidie van het ministerie van WVC. Het aantal mm's is de aanduiding van de breedte van het celluloid van de film. Op vrijdag 21 november 1987 werd het eenjarig bestaan van filmhuis De Spiegel, volgens de notulen van een bestuursvergadering, 'bescheiden' gevierd voor de vrijwilligers. Er werd een zgn. sterrenbal georganiseerd. Het was de bedoeling dat men zich zou verkleden als filmster. Jammer, er waren slechts drie vrijwilligers verkleed. Twee als Liza Minelli en Robert de Niro. Ondergetekende was de derde. Maar omdat ik niet op een filmster lijk en het bovengenoemde festival over de Sovjet Unie eraan kwam, kwam ik op het idee om me helemaal in het communistisch rood te verkleden. Mijn gezicht schminkte ik ook rood en ik droeg een bord met het opschrift 'Verwacht: het Rode Gevaar'. Bij de prijsuitreiking voor de best verklede vrijwilliger kwam ik op de laatste plaats met als opmerking, dat ik de opzet van het sterrenbal niet had begrepen; het was tenslotte nog geen Carnaval!

 

 

De penningmeester vertelt (8)

Sterke verhalen uit de tachtiger jaren

 In 1985 zou op een vrijdagavond de filmde Gele Aardevan de Chinese regisseur Chen Kaige worden vertoond. 's Middags kwam ik erachter, dat deze film niet was bezorgd en zich in een jongerencentrum te Utrecht bevond. Het lukte niet om die zelfde dag de film naar Heerlen te laten vervoeren door de NS of het niet meer bestaande vervoerbedrijf Van Gend & Loos. Ondertussen was het 15.00 uur. Er was nog maar één oplossing: de film zelf in Utrecht te gaan halen met de trein van 16.00 uur. De mensen van het jongerencentrum zouden om 18.00 uur op het station Utrecht Centraal zijn en ik was herkenbaar aan een zwarte leren pet. Om 18.00 uur kwam ik in Utrecht aan,  waar het erg druk was. Pas na enige tijd zag ik een groepje jongeren met aan hun voet een filmkoffertje. Na hun te hebben bedankt en een fooi te hebben gegeven, nam ik om 18.30 uur  de trein naar Heerlen. Achter Den Bosch bleef de trein 20 minuten stilstaan. Ik kwam om 19.45 uur in Heerlen aan, waar een vrijwilligster mij opwachtte en de film naar het filmhuis aan de Akerstraat bracht, zodat de filmvoorstelling, weliswaar te laat, toch kon doorgaan.

Ik herinner me nog twee dergelijke situaties in de tachtiger jaren. Een chauffeur van een vervoerbedrijf heeft een film vanuit Holland bij mij thuis afgeleverd met zijn eigen auto, waarin zijn gezin zat. Hij maakte er een dagtochtje naar Zuid-Limburg van.

In het andere geval is een vrijwilligster een film in Katwijk aan Zee gaan halen. Telefonisch werd het laatste gedeelte van de route aan mij doorgegeven. Het waren meer dan twintig aanwijzingen. Achteraf kreeg ik een compliment van de vrijwilligster. De aanwijzingen waren zo duidelijk, dat ze zich niet heeft verreden.

In de foyer van het bijgebouw van het pand Akerstraat 88, waarin het filmhuis vanaf 1986 tot en met 1991 was gevestigd, werden kunstexposities georganiseerd. Een Duitse kunstenaar  exposeerde voorwerpen, die o.a. bestonden uit metalen pijpen met daarin kunstbloemen. Op de avond van de opening had ik in de filmzaal een vergadering met enkele vrijwilligers. Zelden ben ik zo verbaasd geweest als toen ik de foyer betrad en zag dat de hele vloer was bedekt met een flinke laag haren van mensen. Na de vergadering vroeg een vrijwilliger aan de kunstenaar wat de bedoeling van die haren was. Het had iets met "Vergänglichkeit" te maken. Zo "vergänglich" waren die haren echter niet. Toen ze na de opening werden opgeruimd, bleven nog vele haren in de vloerbedekking zitten. De vloerbedekking moest worden verwijderd en de vloer werd daarna ossenrood geschilderd.

 

De penningmeester vertelt (9)

1986-1991: Een eigen huis, maar niet voor lang

In eerdere afleveringen heb ik verteld dat het filmhuis vanaf 22-11-1986 was gehuisvest in een achterbouw van het pand Akerstraat 88, dat vanaf 1987 eigendom was van de welzijnsstichting Zymose. Het is in de geschiedenis van het filmhuis de enige locatie, die het filmhuis niet hoefde te delen met andere organisaties.

Naast de filmzaal was een caféruimte, die ook na de filmvoorstelling open was en niet alleen door filmbezoekers werd bezocht. Zodoende genereerde dat extra inkomsten.

De zaal in het hoofdpand aan de Akerstraat werd o.a. gebruikt door het druk bezochte New Wafe Café. Sommige bezoekers van het New Wafe Café kwamen ook in het café van het filmhuis.

In 1987 ontstond het plan van de gemeente om de achterbouw van pand Akerstraat 88 te verbouwen. In 1988 was er het plan om het filmhuis te verhuizen naar de kleine zaal in de stadsschouwburg. Vanaf 1989 waren er plannen om het filmhuis met andere culturele instellingen te huisvesten in een nieuw te bouwen muzisch centrum. Van deze plannen kwam niets terecht. Het liep helemaal anders.

In september 1988 stond in het Limburgs Dagblad, dat er een glas-in-lood raam van de gedachteniskapel aan de Akerstraat en vier graven op de ernaast gelegen begraafplaats waren vernield. Voor omwonenden stond het vast, dat dit het werk was van cafébezoekers van het pand Akerstraat 88, dat ook A88 werd genoemd. In december 1988 nam de gemeenteraad het besluit om de bestemming 'dienstverlening' van het pand niet te veranderen, zodat de café-activiteiten niet konden worden gelegaliseerd.  Toch mocht het filmhuis van de gemeente voorlopig in de achterbouw blijven doorgaan met de verkoop van dranken. De welzijnsinstelling Zymose werd in het voorjaar van 1989 geconfronteerd met een bezuinigingsvoorstel van de gemeente met als oplossing de verkoop van het pand. In het voorjaar van 1990 diende zich een potentiële koper aan.  De gemeente eiste, dat het filmhuis stopte met de verkoop van drank en dreigde met politieoptreden. Verder wilde de gemeente, dat  het filmhuis op zoek zou gaan naar een andere locatie. Het bestuur ging uiteindelijk in op deze twee eisen. In een vergadering op 19 september 1990 van zowel bestuursleden als overige vrijwilligers stelde het bestuur voor om akkoord te gaan met de eisen van de gemeente. Het voorstel werd verworpen met 8 stemmen voor en 14 tegen. Het hele bestuur trad af en er werd een nieuw bestuur samengesteld. De aftredende bestuursleden, waaronder ondergetekende, besloten om niet meer actief te zijn voor het filmhuis. De gemeente weigerde te onderhandelen met het nieuwe bestuur, dat bleef doorgaan met de verkoop van drank. Het pand met achterbouw werd eind 1990 verkocht aan een particulier. Omdat de door de nieuwe eigenaar gevraagde huurprijs van fl. 1.000,- niet kon worden opgebracht, besloot het bestuur in juni 1991 om het pand te verlaten. Tevens kondigde het bestuur aan, dat het filmhuis zich na de zomer van dat jaar zou gaan vestigen in het collectief café de Nor aan de Geerstraat.