Vanaf 7 februari vieren we 45 jaar The Shining in het Royal Theater. Schrijver en filmliefhebber Daan Kusen ging voor ons alvast langs bij het Overlook Hotel.
Wat in 1980 werd gezien als een kille, afstandelijke horrorfilm, geldt vijfenveertig jaar later als een van de meest invloedrijke werken uit de filmgeschiedenis.
Vijfenveertig jaar later is The Shining (naar het gelijknamige boek van Stephen King) nog niet verouderd, maar wel nog even vreemd en onheilspellend. Deze film is, net als het Overlook Hotel, iets waar je instapt en, als je eenmaal binnen bent, nooit helemaal meer uit komt.
Stanley Kubrick, die van oorsprong géén horror-regisseur was, ontpopte zich tot een control-freak: elke scène had tientallen takes nodig. Kubricks obsessie met detail was duidelijk. Hij was niet geïnteresseerd in een “spannend verhaal”, maar wel in mentale ontwrichting. Zijn camera gleed als een spook door het Overlook Hotel, vol overzichtshots die geen overzicht gaven.
Het decor van The Shining, het inmiddels wereldberoemde Overlook Hotel, was niet zozeer decor, maar bijna een volwaardig personage. Een entiteit. Een gebouw dat architectonisch onmogelijk leek: gangen die nergens op uitkomen, ramen waar geen buitenmuur kon zijn. Zelfs de ruimtes leken zich regelmatig te herschikken.
Het personage Jack Torrance, gespeeld door Jack Nicholson (One Flew Over the Cuckoo’s Nest), is een goed voorbeeld van het verschil tussen Stephen Kings boek en Kubricks eindproduct. In de film is Torrance geen man die langzaam ontspoort, maar iemand in wie de waanzin al vanaf de eerste scène op de achtergrond aanwezig is. Kings boek gaat over de innerlijke strijd, terwijl in Kubricks versie Jack niet transformeert tot iemand anders, maar eerder tot wie hij werkelijk is; hij wordt eindelijk zichzelf.
Tegenover Jack staan vrouw Wendy (Shelley Duvall) en zoon Danny (Danny Lloyd) niet als helden of tegenkrachten, maar als waarnemers. Wendy functioneert binnen een constante dreiging; haar angst is niet hysterisch, maar logisch. Danny beweegt zich juist moeiteloos door het onverklaarbare. Zijn “shining” is geen kracht, maar een gevoeligheid voor wat anderen niet willen zien. Samen vormen zij geen klassiek gezin in crisis, maar een gezin dat langzaam wordt hervormd door de ruimte waarin het zich bevindt.
Toch werd The Shining bij verschijnen allerminst als meesterwerk onthaald. De reacties waren gemengd, zelfs ronduit vijandig. Critici verweten de film kilte, afstandelijkheid, een gebrek aan conventionele spanning. Ook Stephen King liet publiekelijk weten ontevreden te zijn. In zijn ogen miste Kubricks versie emotionele warmte en empathie; waar het boek draaide om morele strijd en verlossing, bood de film slechts uitzichtloze verstarring.
Maar tijd werkt in Kubricks voordeel. The Shining groeit juist omdat de film weigert mee te bewegen met verwachtingen. Hij verklaart niets, verzacht niets en biedt geen catharsis. Wat ooit werd gezien als een gebrek, blijkt zijn kracht: een film die zich niet laat consumeren, maar zich blijft verzetten. Van verkeerd begrepen horrorfilm evolueerde The Shining tot een onaantastbaar monument binnen de filmgeschiedenis.
Die status blijkt uit zijn culturele nalatenschap. Er bestaan inmiddels ontelbare interpretaties, essays en documentaires; van academische analyses tot wilde complottheorieën. Elke generatie lijkt opnieuw betekenis te willen afdwingen, en elke keer glipt de film net weg. Kubricks werk beïnvloedde niet alleen de horror, maar ook arthouse en popcultuur in brede zin.
Zijn trage, observerende stijl echoot door in slow cinema en wat later “elevated horror” zou gaan heten: films waarin sfeer, ruimte en psychologisch ongemak zwaarder wegen dan plot of schrikmomenten. The Shining vervaagt genres en trekt zich niets aan van hun grenzen.
Zelfs parodieën en memes doen niets af aan de dreiging. De iconografie blijft intact. “Here’s Johnny” is een cultureel cliché geworden, een punchline. Tot je de scène opnieuw ziet, en beseft hoe rauw, bruut en onontkoombaar hij werkelijk is. De lach verstomt snel.
Uiteindelijk is The Shining een film die niet wil verklaren. Die niet wil troosten. Die geen antwoorden biedt, maar blijft rondspoken. Vijfenveertig jaar later is het geen film die je “begrijpt”. Het is een plek waar je binnenloopt. Een hotel zonder plattegrond. Zonder uitgangsbordjes. En waar je, net als Jack, nooit helemaal meer uitkomt.