Voor zijn tweede film baseerde Tarkovski zich losjes op het leven van de 15de-eeuwse Russische iconenschilder Andrej Roebljov. Liever dan een biografie maakte hij een bespiegeling over het belang van de kunstenaar en het overleven van kunst. Getoond wordt een nieuwe restauratie.
Tarkovski en coscenarist Andrej Kontsjalovski geven een contemplatieve uiteenzetting over de taak van de kunstenaar in een door terreur geteisterde samenleving. In zijn streven een zuivere kunstvorm gestalte te geven, wenst meesterschilder Roebljov zich niet te compromitteren. Hij zwijgt. Later ontmoet hij een nar, wiens taalgebruik zich onttrekt aan de macht van de heersers. Daarvoor wordt deze gestraft.
Tarkovski's visie op het samenvallen van personage en de wereld waarin deze zich bevindt, kwam met Andrej Roebljov tot een hoogtepunt. De sovjetcensuur toonde zich niet ongevoelig voor de implicaties van Tarkovski’s zwartwit- en kleurenproductie; de in 1966 voltooide Cinemascopefilm werd pas in 1971 vrijgegeven voor vertoning in de Sovjet-Unie.(K.H.)
| Bijzonderheden |
Gerestaureerde klassieker.
Bij de matineevoorstelling van 12 januari is er een inleding door Huub L'Ortije. Huub is meer dan 30 jaar vrijwilliger van Filmhuis De Spiegel, waarvan 21 jaar als penningmeester. "Ik ben een liefhebber van de films van Andrej Tarkovski. Hij is voor mij één van de grote regisseurs van zogenaamde auteursfilms. Ik houd het meest van auteursfilms. Een auteursfilm is een speelfilm, waarvan de regisseur het scenario zelf geschreven heeft of anderszins zijn persoonlijke stempel op een film heeft gedrukt. In een auteursfilm is naast het verhaal een persoonlijke stijl en visie van de regisseur zeker zo belangrijk."
De vertoning op 4 januari is zonder pauze, de vertoning van 12 januari is met pauze.
|