Marcielle – die iedereen Tielle noemt – woont met haar ouders, twee broertjes en jongere zusje aan de oever van de rivier op het Braziliaanse eiland Marajó. Haar moeder is zwanger van een vierde kind.
Van haar oudere zus, die jaren geleden de jungle achter zich liet en ergens anders woont, weet Tielle nauwelijks iets. Toch droomt ze van een leven ver weg van huis, geïnspireerd door haar zus. In haar ziet ze een symbool van vrijheid, van een leven buiten de grenzen van het dorp. Het leven voor de dertienjarige Tielle is tot dan toe gevuld met zwemmen, spelletjes met vrienden en eenvoudige familiemomenten.
Naarmate Tielle ouder wordt, beginnen de illusies waaraan ze zich vastklampt af te brokkelen en verandert haar veilige thuissituatie in iets dat veel duisterder is. Dat begint op de avond dat haar hangmat scheurt en haar vader Marcílio haar vraagt bij hem in bed te komen. Haar moeder Danielle kijkt toe, zwijgt en grijpt niet in.
Wanneer Tielle later met haar spreekt, krijgt ze slechts te horen: 'sommige dingen zijn nu eenmaal onveranderlijk.'
Tielle droomt van ontsnapping. Ze klampt zich vast aan de hoop dat een 'goede man', misschien een van de schippers, die met hun boten de streek doorkruisen, haar komt redden. Net als haar beste vriendin begint ze haar lichaam aan te bieden. Want zo gaat het hier, fluistert men. Iedereen doet het. En niemand praat erover. Maar ook de felbegeerde buitenwereld brengt gevaren met zich mee.
Vastberaden om zichzelf, haar jongere zus en alle andere vrouwen uit de gemeenschap te beschermen, zet ze alles op alles om de tradities te breken die hen vernederen en onderdrukken.