Agnes, een jonge literatuurprofessor heeft ogenschijnlijk haar leven op orde; een baan waar vrienden haar om benijden en een huis in een slaperig voorstadje in New England.
Bij een broodjesverkoper krijgt ze een paniekaanval na een opmerking van een jaloerse oud-medestudent met wie ze ooit in dezelfde literatuurwerkgroep zat op de universiteit waar ze inmiddels lector is. De opmerking slingert haar terug naar een traumatische ervaring met haar afstudeerscriptiebegeleider.
‘Er is me iets heel ergs overkomen', zo brengt Agnes tegenover de onbekende broodjesverkoper het trauma waar ze mee rondloopt ter sprake. In woorden die uitdrukken wat zij voelde dat er gebeurde, op het moment dat het gebeurde: ‘iets heel ergs’.
Het gesprek is een verademing; letterlijk en figuurlijk: de man heeft haar uit de aanval van hyperventilatie geloodst. Het is ook een verademing omdat juist dat trauma niet meer verder hoeft te worden besproken. Het gesprek gaat over haar, hem, leven, tijd. Dat drie jaar niet zo heel lang geleden is, voor iets heel ergs.
De gesprekken zijn onhandig, hoekig, vragen raken verweesd, zinnen beantwoorden vragen die niet zijn gesteld. Wat wordt uitgesproken, is maar een fractie van wat er gezegd wordt. Het maakt de film levendig en grappiger dan gedacht voor een film over de nasleep van iets heel ergs.
Eva Victor schreef het script voor Sorry, Baby en speelt ook de hoofdrol in haar eigen regiedebuut.
Winnaar van de Grand Jury Prize van het Sundance Film Festival.