Elvis: Van Cameo tot Concertfilm
Elvis Presley: de King of Rock ’n Roll, zanger, acteur en blijvende legende. Met het verschijnen van Baz Luhrmanns Elvis in Concert lijkt een nieuwe wederopstanding van de King aanstaande. In 2022 bracht Luhrmann al zijn film Elvis uit, waarin Austin Butler Elvis vertolkte.
In Elvis in Concert is de King terug. Deze concertfilm, die door middel van archiefmateriaal en moderne montage de King de toekomst in duwt, belooft veel. Luhrmann, de regisseur van The Great Gatsby, Moulin Rouge en eerder Elvis, staat bekend om zijn visuele spektakel en snelle montage.
Elvis Presley blijft een veelbesproken en dankbaar onderwerp voor filmmakers. Hij is een universeel symbool van roem, een voorbeeld van de Amerikaanse droom, en de prijs die je daarvoor moet betalen. Met zijn openlijke sensualiteit werd hij een symbool van de veranderende moraal in Amerika van de jaren vijftig en zestig. Zijn rebellie en charisma maakten hem onweerstaanbaar voor een generatie fans. De vetkuif, jumpsuit en natuurlijk zijn heupwiegen staan in de geschiedenis gegrift.
Elvis als personage wordt dan ook veelvuldig in fictie ingezet. Bijvoorbeeld in de film True Romance (1993), naar een script van Quentin Tarantino, waar hij als denkbeeldige mentor opduikt. Een jaar later verschijnt hij, piepjong, in Forrest Gump (Zemeckis, 1994). Toch wordt er ook de draak gestoken met Elvis. Zo verschijnt hij in Walk Hard: The Dewey Cox Story (Kazdan, 2007), als parodie.
Ook als Elvis niet verschijnt is hij volop aanwezig. Zo gaat de film 3000 Miles to Graceland (2001) over vijf dieven die, verkleed als Elvis, een casino willen overvallen. In de film Honeymoon in Vegas (1992) is er een massale Elvis-conventie en wordt op humoristische wijze gekeken naar de bijna religieuze verering van popsterren.
Er zijn zelfs films waarin Elvis niet alleen een grap of cameo is, maar bijna een spook dat door het verhaal waart. In Mystery Train (Jim Jarmusch, 1989) hangt zijn aanwezigheid boven Memphis als een geest die weigert te vertrekken. En in de cultfilm Bubba Ho-Tep (2002) is Elvis springlevend, maar oud, moe en opgesloten in een verzorgingshuis, waar hij uiteindelijk samen met een man die denkt dat hij John F. Kennedy is een mummie moet verslaan. Het klinkt absurd, maar juist dat laat zien hoe elastisch de Elvis-mythe is.
Dat is waar filmmakers steeds weer op terugkomen. Elvis is niet alleen een persoon uit de muziekgeschiedenis. Hij is een symbool. Eén silhouet: vetkuif, microfoon, witte jumpsuit. En een halve eeuw popcultuur staat op het scherm. Hij vertegenwoordigt roem, verlangen, kitsch, rebellie en nostalgie tegelijk. Misschien is dat wel de reden dat Hollywood hem steeds opnieuw opvoert.
Met Elvis in Concert probeert Baz Luhrmann datzelfde te doen: Elvis niet alleen herinneren, maar hem opnieuw laten optreden. Alsof de tijd even stil blijft staan totdat het licht in de zaal weer aangaat. Zolang film bestaat, lijkt ook Elvis nooit helemaal van het podium te verdwijnen.
EPiC: Elvis Presley in Concert draait tot woensdag 1 april in de Royal