Waarom The Lobster zo grappig is terwijl bijna niemand lacht

In The Lobster wordt opvallend weinig gelachen. De personages spreken monotoon, kijken elkaar nauwelijks aan en vertellen de meest bizarre dingen alsof ze uitleggen hoe laat het ontbijt begint. Toch is de film ontzettend grappig. Hoe kan een film komisch zijn wanneer niemand zich gedraagt alsof er iets te lachen valt? Het antwoord ligt precies in die tegenstelling. In de wereld van The Lobster krijgen alleenstaanden 45 dagen de tijd om een partner te vinden. Wie daarin niet slaagt, wordt veranderd in een dier naar keuze. Een krankzinnig uitgangspunt, maar regisseur Yorgos Lanthimos presenteert het als de normaalste zaak ter wereld. Niemand stelt vragen. Niemand protesteert. De regels zijn de regels. Juist daardoor wordt het grappig.

De humor zit niet in traditionele grappen of slimme oneliners. Ze ontstaat doordat iets volkomen absurds bloedserieus wordt behandeld. Wanneer David vertelt dat hij graag een kreeft wil worden, reageert de hotelmanager alsof hij een verstandige vakantiebestemming heeft gekozen. Die droogheid maakt de situatie grappiger dan iedere nadrukkelijke grap ooit zou kunnen. Tegelijkertijd is de wereld van de film minder vreemd dan we misschien willen toegeven. De hotelgasten moeten een partner vinden met wie ze een specifieke eigenschap delen: een bloedneus, bijziendheid of een mank been. Liefde wordt daarmee teruggebracht tot een overeenkomst die op papier kan worden aangevinkt.

Dat klinkt absurd, maar het moderne daten werkt soms niet veel anders. We selecteren elkaar op hobby’s, muziekvoorkeuren, politieke overtuigingen en de vraag of iemand wel of geen koriander lust. Alsof een gedeelde afkeer van een kruid voldoende basis vormt voor een gezamenlijk leven. Lanthimos vergroot die logica slechts uit.

Ook de dialogen spelen daarin een belangrijke rol. De personages spreken alsof ze hun emoties eerst door een administratieve commissie hebben laten goedkeuren. Geweld, seks, liefde en verdriet krijgen allemaal dezelfde vlakke toon. De film vertelt ons nooit wanneer we moeten lachen. Er klinkt geen vrolijke muziek en niemand wacht netjes tot de grap is geland. Als kijker moeten we zelf ontdekken hoe belachelijk alles is.

Daarom voelt de humor soms ongemakkelijk. We lachen om de personages, maar herkennen ondertussen ook iets van onszelf: onze angst om alleen te blijven, onze behoefte om liefde te verklaren en onze neiging om mensen in keurige categorieën te verdelen. The Lobster is grappig omdat de wereld van de film absurd is. De film is verontrustend omdat onze eigen wereld daar soms verdacht veel op lijkt.

We vertonen op 2 september, in samenwerking met SCHUNCK en Cultura Nova, The Lobster gratis in het Aambos. Meer info vind je hier.